TW

Omschrijving van de functie

De functie TW berekent de toekomstige waarde van een investering.

De schrijfwijze van de functie TW is als volgt:

figuur 1

De functie TW heeft de volgende vijf argumenten:

Rente Dit is het jaarlijkse rentepercentage
Aantal termijnen Dit is het totale aantal betalingstermijnen van de investering
Bet Dit is het bedrag dat je iedere periode investeert.
Hw (optioneel) Dit staat voor de huidige waarde. In het geval van een investering is dit de eerste storting, kortom het bedrag waarmee je begint. Als dit argument leeg wordt gelaten, wordt er uitgegaan van 0.
Type-getal (optioneel) Hier kun je een 1 of 0 invullen. 1 = betaling aan het begin van de periode, 0 of weggelaten = betaling aan het einde van de periode.

Met behulp van de volgende stappen gebruik je deze formule

  1. Selecteer de cel waarin de toekomstige waarde moet worden getoond.
  2. Typ =TW( om de formule te beginnen
  3. Selecteer de cel waarin het rentepercentage staat of typ het rentepercentage rechtstreeks.
  4. Indien je met maandelijkse termijnen werkt, typ je /12. Werk je bijvoorbeeld met kwartalen, dan typ je /4. Als je met 1 termijn per jaar werkt, hoef je niets te doen.
  5. Typ ; (een puntkomma) om naar het volgende argument te gaan.
  6. Selecteer de cel waarin het aantal termijnen staat of typ het aantal termijnen rechtstreeks.
  7. Typ ; (een puntkomma) om naar het volgende argument te gaan.
  8. Selecteer de cel waarin staat hoeveel je per termijn investeert of typ dit bedrag rechtstreeks
  9. Typ ; (een puntkomma) om naar het volgende argument te gaan.
  10. Selecteer de cel waarin het startkapitaal staat. Dit argument is optioneel. Als je niets invoert, wordt er uit gegaan van een startkapitaal van 0.
  11. Typ ; om naar het volgende argument te gaan
  12. Typ een 1 (investeringen aan het begin van de periode) of een 0 (investeringen aan het einde van de periode). Dit argument is ook optioneel. Als je niets invoert, wordt uitgegaan van een 0.
  13. Sluit de formule met een )

Voorbeeld

Je investeert €500 en vervolgens stort je een jaar lang iedere maand €100, in totaal zijn er dus 12 termijnen. Het jaarlijkse rentepercentage is 2,5%.

Als je deze gegevens onder elkaar zet in Excel, ziet dat er als volgt uit:

figuur 2

Met de functie TW gaan we nu berekenen welk bedrag je aan het einde van het jaar hebt.

  • Om te beginnen selecteren we een cel waarin het resultaat moet worden getoond. Ik doe dit in cel B6.
  • Vervolgens typ je =TW(
  • Selecteer cel B1 (in deze cel staat het jaarlijkse rentepercentage)
  • Aangezien we met maandelijkse termijnen werken, hebben we het maandelijkse rentepercentage nodig. Typ daarom /12
  • Typ ; (een puntkomma) om naar het volgende argument te gaan
  • Selecteer cel B2 (in deze cel staat het aantal termijnen)
  • Typ ; (een puntkomma) om naar het volgende argument te gaan
  • Selecteer cel B3 (in deze cel staat hoeveel je maandelijks investeert)
  • Typ (een puntkomma) om naar het volgende argument te gaan
  • Selecteer cel B4 (in deze cel staat het startkapitaal)
  • Sluit de formule met een )

Het eindresultaat is als volgt:

figuur 3

In totaal stort je dus maandelijks €100 (in totaal €1200) en je begint met een investering van €500.

In totaal investeer je dus €1700. Met 2,5% rente levert dit uiteindelijk €26,49 op.

De formulebouwer

Om de toekomstige waarde van onze investering te berekenen met behulp van de formulebouwer selecteren we wederom cel B6.

Vervolgens klikken we in de formulebalk op ”fx” en zoeken we op TW om daarna te klikken op ”functie invoegen”:

figuur 4
  • De maandelijkse rente is B1/12 of 0,025/12
  • Het aantal termijnen is B2 of 12
  • Bet (storting per termijn is) B3 of -100
  • HW (het startkapitaal) is B4 of -500

Met celverwijzingen ziet dat er zo uit:

figuur 5

En als je de gegevens rechtstreeks in de formulebouwer typt ziet dat er zo uit:

figuur 6

Vraag en antwoord

Vraag: 5 jaar lang stort je ieder kwartaal €1000 op een rekening met een jaarlijks rentepercentage van 4%. Hoeveel geld heb je na de laatste storting?