PBET

Omschrijving van de functie

Met de functie PBET bereken je de afbetaling op de hoofdsom over een bepaald termijn. Elke aflossing die je doet bestaat gedeeltelijk uit rente en uit een bedrag om de hoofdsom af te lossen. Deze verhouding tussen rente en het bedrag van de hoofdsom is iedere aflossing weer anders. Normaal gesproken is het gedeelte rente bij de eerste aflossing het hoogst en neemt dit iedere aflossing verder af.

De schrijfwijze van de functie PBET is als volgt:

figuur 1

De functie PBET heeft 6 argumenten:

Rente Dit is het rentepercentage per termijn. Gebruik bijvoorbeeld 3%/12 voor maandelijks betalingen met een rentepercentage van 3%.
Termijn Dit is het termijn waarover je de afbetaling wilt berekenen. Dit argument moet liggen tussen 1 en het getal dat je invult bij het argument aantal-termijnen.
Aantal-termijnen Dit is het totale aantal betalingstermijnen van een lening of investering. Als je bijvoorbeeld een lening hebt van 15 jaar die maandelijks afgelost moet worden is het argument aantal-termijnen 15*12
Hw Dit staat voor de huidige waarde. In het geval van een lening is dit het totaalbedrag dat je wilt lenen
Tw (optioneel) Dit is de toekomstige waarde als de laatste betaling is gedaan. Als dit wordt weggelaten, wordt uitgegaan van 0.
Type-getal (optioneel) Hier kun je een 1 of 0 invullen. 1 = betaling aan het begin van de periode, 0 of weggelaten = betaling aan het einde van de periode.

Met behulp van de volgende stappen gebruik je deze formule

  1. Selecteer de cel waarin de hoofdsom moet worden getoond.
  2. Typ =PBET( om de formule te beginnen.
  3. Selecteer de cel waarin het rentepercentage staat of typ het rentepercentage rechtstreeks.
  4. Indien je met maandelijkse termijnen werkt, typ je /12. Werk je bijvoorbeeld met kwartalen, dan typ je /4. Als je met 1 termijn per jaar werkt, hoef je niets te doen.
  5. Typ ; (een puntkomma) om naar het volgende argument te gaan.
  6. Selecteer de cel waarin het termijn staat waarvan je de hoofdsom wilt berekenen of typ het getal rechtstreeks. Wil je bijvoorbeeld van het vierde termijn de hoofdsom weten, dan typ je 4.
  7. Typ ; (een puntkomma) om naar het volgende argument te gaan.
  8. Selecteer de cel waarin staat hoeveel termijnen er in totaal zijn of typ dit getal rechtstreeks.
  9. Typ ; (een puntkomma) om naar het volgende argument te gaan.
  10. Selecteer de cel waarin de huidige waarde staat, dit is het bedrag dat je in totaal leent.
  11. Typ ; (een puntkomma) om naar het volgende argument te gaan.
  12. Selecteer de cel waarin de toekomstige waarde staat, dus het bedrag dat overblijft nadat de laatste aflossing is gedaan. Dit argument is optioneel. Als je niets invoert, wordt er uitgegaan dat er niets overblijft (dus dat de lening in zijn geheel is afgelost)
  13. Typ ; (een puntkomma) om naar het volgende argument te gaan.
  14. Typ een 1 (aflossing aan het begin van de periode) of een 0 (aflossing aan het einde van de periode). Dit argument is ook optioneel. Als je niets invoert, wordt uitgegaan van een 0.
  15. Sluit de formule met een )

Voorbeeld

Je hebt een lening gedaan van €15.000. In totaal moet je deze lening aflossen in 12 maanden. Het jaarlijkse rente percentage is 6%. Als je dit allemaal onder elkaar zet ziet dat er als volgt uit:

figuur 2

In cel B2 kun je vervolgens het termijn invullen waarvan je de hoofdsom wilt berekenen.

figuur 3

Over termijn 1 is de hoofdsom bijvoorbeeld €1.216

Met de functie BET kan je berekenen hoeveel je in totaal moet betalen per termijn:

figuur 4

Als het goed is, moet je dus ieder termijn € 1.291 betalen waarvan in het eerste termijn €1.216 de hoofdsom is.

Dat zou betekenen dat je in de eerste maand €75 rente betaald.

Hoeveel je ieder termijn aan rente betaald, kun je berekenen met de functie IBET.

Om te controleren of het klopt dat je in termijn 1 €75 betaald, gaan we deze functie testen.

figuur 5

Zoals je ziet klopt het.

Als je voor ieder termijn dit netjes in een tabel zet ziet dat er zo uit:

figuur 6

Het argument ”Termijn” is dus de enige die steeds veranderd.

De aflossing is iedere maand even hoog (zoals je kunt zien met de formule BET). Echter neemt ieder termijn het bedrag af dat je aan rente moet betalen (zoals je kunt zien met de formule IBET) en neemt het gedeelte van de hoofdsom ieder termijn toe.

Ieder termijn geldt dat PBET (gedeelte hoofdsom) + IBET (gedeelte rente) = BET (totale aflossing).

De formulebouwer

Nu gaan we het zelfde doen als in het voorbeeld van figuur 2 maar dan met behulp van de formulebouwer.

Nu betreft het een lening van €20.000 die afgelost moet worden in 2 jaar tijd. Het jaarlijkse rentepercentage is 5%.

In dit voorbeeld willen we de afbetaling op de hoofdsom van de zesde maand berekenen.

Als we de bovenstaande gegevens onder elkaar zetten komt dat op het volgende neer:

  • Jaarlijks rentepercentage: 5%
  • Het termijn dat we willen gaan berekenen: 6
  • Aantal termijnen: 24
  • Het geleende bedrag: €20.000
figuur 7

Selecteer nu een willekeurige cel waar je de uitkomst wilt tonen en klik in de formulebalk op ”fx”:

figuur 8

Zoek vervolgens in het venster dat wordt geopend op ”PBET” en klik op ”functie invoegen”.

  • Bij het argument rente vul je het jaarlijkse rentepercentage in gedeeld door 12 (om er een maandelijks rentepercentage van te maken): 0,05/12 of B1/12
  • Bij het argument termijn vul je het termijn in waarover je de afbetaling wilt berekenen: 6 of B2
  • Bij het argument aantal termijnen vul je in hoeveel termijnen er in totaal zijn: 24 of B3
  • Bij het argument HW vul je het totaal geleende bedrag in: 20000 of B4

Als je met celverwijzingen werkt ziet dat er als volgt uit:

figuur 9

En als je de getallen rechtstreeks invult in de formulebouwer ziet dat er als volgt uit, met dezelfde uitkomst:

figuur 10

Vraag en antwoord

Vraag: je hebt een bedrag van €17.500 geleend met een rentepercentage van 4%.

De lening heeft een duur van 36 maanden. Bereken met de functie PBET de afbetaling op de hoofdsom van de negende maand.