MODUS

Omschrijving van de functie

Met deze functie geef je de meest voorkomende waarde weer in een reeks cellen.

De schrijfwijze van de functie MODUS is als volgt:

figuur 1

Met de volgende stappen kun je deze functie zelf rechtstreeks in een cel schrijven:

  1. Selecteer een cel waar je de modus wilt tonen.
  2. Typ =MODUS
  3. Typ een reeks getallen of cel-verwijzingen in of selecteer een cel-bereik.
  4. Typ ) om de formule af te sluiten.

Deze functie heeft het volgende verplichte argument:

Getal1 (getal2, getal3, etc) Dit argument is verplicht. Hiermee geef je aan van welke getallen, cellen of cel-verwijzingen je de modus wilt weten.

Voorbeeld

In onderstaande afbeelding wordt de modus berekend in het cel-bereik B1:B10

figuur 2

Het kan ook voorkomen dat er helemaal geen modus is in een reeks met waardes, omdat elke waarde even vaak voorkomt. In de lijst met getallen 1,2,4,6 is bijvoorbeeld geen modus:

figuur 3

De formulebouwer

Je hebt een werkblad vol getallen waarvan je de modus wilt bepalen. Selecteer de cel (in het voorbeeld hieronder cel B14) en klik in de formulebalk op ”fx”:

figuur 4

Zoek vervolgens in de formulerbouwer op de functie ”modus” en klik op ”ok”.

Bij het argument getal1 vul je het celbereik in waarvan je de modus wilt weten. In dit voorbeeld is dat A1:D12

figuur 5

Klik vervolgens op gereed.

De modus is in dit voorbeeld 2. Dit getal komt 12x en daarmee het vaakst voor.

Vraag en antwoord

Vraag: leerlingen van een school hebben een toets gemaakt en kregen hier een rond cijfer voor.

figuur 6

Bepaal met de functie MODUS welk cijfer het meeste voorkomt.