KLEINSTE EN GROOTSTE

Omschrijving van de functie

Met de functie KLEINSTE en GROOTSTE bepaal je de relatieve kleinste- en grootste waarde ten opzichte van de hoogste- en laagste waarde.

Excel berekent dus bijvoorbeeld het vijfde grootste getal in een reeks waarden.

De schrijfwijze van de functies KLEINSTE en GROOTSTE is als volgt:

figuur 1
figuur 2

Deze formules hebben de volgende argumenten

Matrix Dit is het bereik waarvoor je de op k-1 na grootste waarde wilt.
k Dit is de positie (vanaf de grootste waarde of de kleinste waarde

geteld, afhankelijk van de formule) in het cel-bereik.

Je maakt deze formule op de volgende manier:

  1. Selecteer de cel waar je de uitkomst wilt tonen.
  2. Typ =KLEINSTE( of =GROOTSTE(
  3. Selecteer het bereik.
  4. Typ ; (een puntkomma).
  5. Typ de relatieve positie ten opzichte van de grootste/kleinste waarde.
  6. Typ ) om de formule af te sluiten.

Voorbeeld

Je houdt bijvoorbeeld per dag de omzet bij in Excel. Je wilt graag een overzicht van de top 3 hoogste omzet en een top 3 van de laagste omzet.

figuur 3

De hoogste omzet bereken je met de formule:

=GROOTSTE(B2:B11;1)

B2:B11 is hierbij het bereik en 1 staat voor de hoogste waarde.

figuur 4

Bij de tweede hoogste omzet verandert het argument k in een 2. Dit is de tweede positie ten opzichte van de hoogste waarde.

Om het derde hoogste omzet te berekenen wordt het argument k in een 3.

Dit principe werkt hetzelfde bij de top 3 laagste omzet.

figuur 5

De formulebouwer

Als je liever de formulebouwer gebruikt moet je in de formule balk op ”fx” klikken en in het venster dat dan opent zoeken op ”grootste” of ”kleinste”.

In dit voorbeeld hebben een aantal mensen een inzameling gedaan. Je wilt met behulp van de functie GROOTSTE berekenen welk bedrag de top 3 heeft ingezameld.

Je werkblad in Excel ziet er als volgt uit:

figuur 6

Selecteer cel E2 en klik op ”fx” in de formulebalk. Zoek vervolgens op ”GROOTSTE”.

Bij Matrix vul je het bereik in waarvan je het grootste getal wilt berekenen. In dit geval is dat cel B2 t/m B10, kortom B2:B10

Bij k1 vul je 1 in, want je wilt het grootste getal weten en klik vervolgens op ”ok”:

figuur 7

Vervolgens doe je het zelfde in cel E3 en E4 maar verander je de waarde in K. Op de 2e plek wordt dit K dus ”2” en op de derde plek wordt K ”3”.

figuur 8

De functie kleinste werkt op exact dezelfde manier:

figuur 9

Vraag en antwoord

Vraag: een leerling heeft gedurende een jaar meerdere cijfers voor verschillende vakken gehaald (zie onderstaande afbeelding). Bereken de top 5 hoogste en top 5 laagste cijfers.

figuur 10