DATUM

Omschrijving van de functie

Met de functie DATUM kun je die 3 waarden combineren tot een datum.

De schrijfwijze van de functie DATUM is als volgt:

figuur 1

Deze functie heeft de volgende argumenten:

Jaar Dit is een getal tussen 1904 en 9999.
Maand Dit is een getal tussen 1 en 12. 1 geeft de maand januari aan, 2 februari, etc.
Dag Dit is een getal tussen 1 en 31 en geeft de dag van de maand aan.

Met de volgende stappen schrijf je de functie DATUM:

  1. Selecteer de cel waarin je de datum wilt tonen.
  2. Typ =DATUM(
  3. Typ het jaartal of een celverwijzing.
  4. Typ ; (een puntkomma)
  5. Typ het getal van de maand of een celverwijzing.
  6. Typ ; (een puntkomma)
  7. Typ het getal van de dag of een celverwijzing.
  8. Sluit af met een ) en klik op enter.

Voorbeeld

=DATUM(2018;11;13) wordt 13-11-18.

figuur 2

Je kunt met deze functie Excel ook 3 waarden in cellen laten combineren tot een datum.

Je hebt bijvoorbeeld onderstaande gegevens:

figuur 3

In kolom D wil je de datums tonen.

Dan voer je in cel D2 de volgende formule:

=DATUM(C2;B2;A2)

figuur 4

Kopieer vervolgens deze formule naar beneden om de overige datums ook te zien.

figuur 5

De formulebouwer

Je kunt er ook voor kiezen om dit met behulp van de formulebouwer te doen. Selecteer een willekeurige cel en klik in de formulebalk op ”fx”.

Figuur 6

Zoek vervolgens in de formulebouwer op ”DATUM” en klik op ”functie invoegen”.

In het venster dat zich opent vul je bij ieder argument een celverwijzing of getal in. In dit voorbeeld vullen we bij jaar C2 in (dit verwijst naar het jaartal 2016 in figuur 6), bij maand B2 en bij dag A2:

figuur 7

Vraag en antwoord

Vraag: Maak van onderstaande gegevens een datum met de functie DATUM:

figuur 8