Bonus: sneltoetsen voor formules

In deze les vind je een overzicht met sneltoetsen voor het werken met formules en functies.

Formules en functies invoeren

  • Als je een functienaam typt in een cel (of in de formulebalk) dat toont Excel de mogelijke opties waar je uit kiezen. Hoe meer tekens je typt, hoe minder opties er vanzelfsprekend overblijven. Als je =A hebt getypt, verschijnt er een lijst met alle functies die met een A beginnen. Stel je wilt de functie AANTAL invoeren, dan kun je deze functienaam helemaal schrijven, maar je kunt ook =AANT typen en vervolgens op Tab drukken. Door op Tab te drukken voer je namelijk de bovenste functie uit de lijst in. Een andere optie is om een of meerdere letters te typen, bijvoorbeeld alleen de A, en vervolgens met de pijltjes op je toetsenbord de navigeren in de lijst en zodra je bij de gewenste functie bent uitgekomen op Tab te drukken.
  • Nadat je een cel hebt geselecteerd kun je met de sneltoets Shift F3 het dialoogvenster Functie invoegen openen.
  • Nadat je een functienaam hebt getypt kun je met de sneltoets CTRL A het dialoogvenster Functie argumenten openen. Typ bijvoorbeeld in een willekeurige lege cel =SOM en gebruik daarna de sneltoets CTRL + A.
  • Je kunt ook nadat je een functienaam hebt getypt in een cel de sneltoets CTRL Shift A gebruiken. Excel schrijft vervolgens de argumenten in de formule, die je daarna kunt invoeren. Typ bijvoorbeeld in een cel de formule =SOM.ALS en gebruik daarna de sneltoets.
  • Met de sneltoets CTRL ; kun je de huidige datum in een cel invoeren. Probeer de sneltoets uit in een lege cel.
  • Met de sneltoets CTRL Shift : kun je de huidige datum en tijd in een cel invoeren. Probeer de sneltoets uit in een lege cel.
  • Met de sneltoets Alt = kun je gebruik maken van de AutoSom functie.
  • Als je in je formule gebruik maakt van een celverwijzing, kun je deze absoluut en/of relatief maken door op de sneltoets F4 te drukken. Door nogmaals op F4 te drukken kun je switchen tussen de verschillende opties. Typ bijvoorbeeld in een lege cel de formule =A1 en druk vervolgens een aantal keer op F4 om te zien wat er gebeurt met de dollar-tekens.
  • Als je een formule niet wilt invoeren kun je op Escape drukken of op het rode kruisje naast de formulebalk.

Matrixformules

Een matrixformule dient op een speciale manier ingevoerd te worden. In plaats van dat je op Enter drukt, gebruik je sneltoets CTRL Shift Enter.

Dit geldt voor iedere versie van Excel, behalve Excel 365. Als je gebruik maakt van 365 kun je gewoon op Enter drukken.

Naambereiken

  • Als je er in werkblad gebruik is gemaakt van naambereiken dan kun je deze met de sneltoets F3 in een formule plakken.
  • Het dialoogvenster namen beheren kun je openen met de sneltoets CTRL F3.
  • Met de sneltoets CTRL Shift F3 open je het dialoogvenster Namen maken van selectie.

Formules evalueren

  • Als je in de formulebalk een argument selecteert en op je toetsenbord op F9 drukt, kun je het onderdeel van de formule evalueren.
  • Met de sneltoets CTRL [ kun je de broncellen aanwijzen. Hiermee kun je zien welke cellen er invloed hebben op de inhoud van de actieve cel.
  • Met de sneltoets CTRL ] kun je de doelcellen aanwijzen. Hiermee kun je zien welke cellen er direct afhankelijk zijn van de actieve cel.
  • Druk op CTRL T om alle formules in een werkblad te tonen, zodat je weet in welke cellen formules staan. Druk nogmaals op deze sneltoets om dit weer ongedaan te maken.

Werkbladen berekenen

Stel je hebt in cel A3 de formule =A1+A2 staan. Wanneer je vervolgens de waarden in cel A1 en/of A2 wijzigt, dan berekend Excel automatisch het nieuwe resultaat van deze som.

Als Excel langzaam wordt omdat je in een heel groot bestand werkt met veel formules, dan kun je ervoor kiezen om de berekenoptie van automatisch te wijzigen in handmatig (zie het lint in het tabblad formules > berekenopties).

Als de berekenopties op handmatig staan, dan kun je de volgende sneltoetsen gebruiken om het werkblad te berekenen:

  • Druk op F9 om alle werkbladen in de geopende werkmappen te berekenen.
  • Druk op Shift F9 om alleen het actieve werkblad te berekenen.
  • Druk op Ctrl Alt F9  om alle werkbladen in de geopende werkmappen te berekenen, ook als er geen cellen zijn gewijzigd sinds de laatste berekening.

Overige sneltoetsen

  • Met de sneltoets CTRL Shift U kun je de formulebalk vergroten. Door de sneltoets nogmaals te gebruiken wordt deze weer het normale formaat. Dit kan handig zijn om lange formules te schrijven en/of te begrijpen.
  • Met de sneltoets CTRL  kun je de formule van de cel erboven kopiëren.